home
ouders/verzorgers
scholieren
studenten
decanen/scholen
Katrientje Hofland
werkwijze
kosten
locatie
contact
 

Middelbare scholieren willen meer begeleiding


Meer dan de helft van de middelbare scholieren is ontevreden met de geboden studiekeuzebegeleiding.

UTRECHT (ANP) - Meer dan de helft van de middelbare scholieren is niet tevreden met de geboden studiekeuzebegeleiding. Ze vinden dat ze teveel zelf moeten uitzoeken. Dat blijkt uit de KeuzeMonitor 2009, een landelijk onderzoek van de website DeDecaan.net waar meer dan 10.000 middelbare scholieren aan hebben deelgenomen. Het landelijke netwerk voor decanen presenteerde vrijdag de resultaten.

Vooral VWO-scholieren blijken ontevreden met de keuzebegeleiding binnen hun school (59 procent). En dat terwijl bijna drie op de vijf scholieren zeggen het moeilijk te vinden een vervolgstudie te kiezen. Maar liefst één op de vijf examenleerlingen is niet zeker over de gekozen vervolgopleiding. Leerlingen zijn vooral onzeker doordat zij nog niet weten wat hun doel in het leven is en doordat zij uit te veel opleidingen kunnen kiezen.

Hoe hoger het schooltype dat leerlingen volgen, hoe moeilijker zij het maken van een studiekeuze vinden. Meer dan vier op de vijf scholieren heeft veel aan het advies van de ouders in deze kwestie. Ruim de helft wordt beïnvloed door gesprekken met vrienden.

De onzekerheid van eindexamenscholieren over de studie blijkt ook uit de hoge percentages studenten die binnen een jaar met hun studie stoppen (10 procent) of toch voor een andere studierichting kiezen (25 procent). Volgens DeDecaan.net kost alleen al de uitval van hbo-scholieren en universitaire studenten de overheid per jaar 373 miljoen euro.

11/09/09 23u29


 

 

35% kiest foute universitaire studie



UTRECHT - Veel jongeren kiezen een verkeerde studie na de middelbare school. Ruim 35 procent van de vwo'ers heeft binnen een jaar alweer spijt van de gekozen universitaire opleiding.
De meesten stappen over naar een andere studie, de rest gaat naar het hbo of stopt helemaal.

Dat blijkt uit cijfers in het rapport Kennis in Kaart 2008. Op hogescholen valt ruim 17 procent van de studenten het eerste jaar uit. Dat is iets hoger dan voorgaande jaren.

Een verkeerde studiekeuze is een van de belangrijkste redenen om te stoppen. Scholieren weten vaak niet wat ze willen, oriënteren zich slecht en beslissen op het laatste moment over een vervolgopleiding.

Uitval en ‘switchen' kosten het hoger onderwijs jaarlijks 5,7 miljard euro.

Studiekeuze123, een vergelijkingssite van opleidingen, noemt de cijfers ‘zorgwekkend'. ,,De aantallen wijzen op onvoldoende voorbereiding op welke opleiding het beste bij je past,'' zegt programmamanager Wilma de Buck.

De landelijke studentenorganisatie ISO vindt dat instellingen scholieren beter moeten voorbereiden. De voorlichtingsdagen zijn nog te veel gericht op het binnenhalen van zoveel mogelijk nieuwe studenten. Judith Boschma: ,,Er wordt meer geworven dan voorgelicht. Daarnaast schiet de begeleiding van studenten vaak tekort.''

Boschma stelt dat opleidingen meer moeten praten met hun studenten. Zij maken dan volgens haar een betere start en problemen kunnen dan nog tijdig worden aangepakt.

Ook het onderwijs vindt de cijfers verontrustend. ,,De uitval is te hoog,'' reageert Doekle Terpstra van de HBO-raad. ,,We moeten de teugels strakker aantrekken.''

Met het ministerie van Onderwijs zijn afspraken gemaakt om de uitval terug te dringen en de studiekeuze te verbeteren. Middelbare scholen en het mbo gaan de komende jaren meer doen aan loopbaanoriëntatie. Universiteiten en hogescholen gaan eerstejaars beter begeleiden. Terpstra: ,,We gaan intakegesprekken houden en wat ons betreft komt er al na het eerste half jaar een bindend studieadvies.''

02/02/09 00u40

Vooral foute schoolkeuze leidt tot afhaken
Van onze verslaggever Gerard Reijn

Gepubliceerd op 04 maart 2009 20:55, bijgewerkt op 5 maart 2009 07:54

MAASTRICHT - Een verkeerde studiekeuze is de belangrijkste reden waarom vijftigduizend leerlingen per jaar voortijdig de school verlaten. Dat blijkt uit onderzoek van het ROA, een onderzoeksinstituut dat is verbonden aan de Universiteit van Maastricht.

Van de uitvallers zegt 20 procent te zijn gestopt omdat de studie tegenviel, dan wel omdat ze een verkeerde studiekeuze hadden gemaakt. Voortijdig schoolverlaten wordt door de politiek beschouwd als een van de grootste problemen in het onderwijs.

Het ROA baseert zich op een enquête onder 5.700 schoolverlaters, die in het najaar van 2007 werden ondervraagd. Vooral leerlingen van het vmbo en mbo vallen voortijdig uit. Van het laagste niveau van het mbo (het mbo-1) haalt zelfs 40 procent de eindstreep niet.

Ook op het vmbo zitten de uitvallers in de laagste opleidingen: de basisberoepsgerichte leerweg. Daar valt rond 3,5 procent van de leerlingen uit. Jongens stoppen er vaker mee dan meisjes, allochtonen vaker dan autochtonen.

Volgens onderzoeker Christoph Meng moet de studiekeuzeproblematiek ‘topprioriteit' krijgen, vooral op de mbo's. Meng: ‘We moeten leerlingen helpen met kiezen. En als ze fout gekozen hebben, moeten we ze zo snel mogelijk naar een nieuwe opleiding helpen.'

Volgens Meng moet niet worden toestaan dat de schoolverlaters een half jaar thuis zitten, ‘want dan is het risico groot dat ze nooit meer terugkomen op school.'

Hij vindt de suggestie van onderwijsminister Plasterk om opnieuw na te denken over het vroege tijdstip dat Nederlandse leerlingen moeten kiezen voor een bepaalde studie, terecht.
Meng: ‘Waarom moeten leerlingen in het vmbo al op hun veertiende kiezen voor de zorg of de techniek? Kan een veertienjarige überhaupt al kiezen? Of kiest die dan maar voor techniek, omdat zijn vader ook in de techniek werkt?'

De problematiek van de studiekeuze speelt niet op elke school in gelijke mate. De verschillen zijn zelfs opvallend groot, zegt Meng. Om dat te onderzoeken heeft hij zijn enquête onder uitvallers gelegd naast een jaarlijkse enquête onder afgestudeerden.

Dat leverde een verrassend resultaat op. Meng: ‘Je zou verwachten dat er meer leerlingen uitvallen op opleidingen die moeilijk worden gevonden, maar het tegendeel is het geval. Op opleidingen waar de examens moeilijk worden gevonden en het onderwijs pittig en uitdagend, vallen minder leerlingen uit vanwege keuzeproblemen.'

Ook op opleidingen waar de afgestudeerden tevreden zijn met de kwaliteit van de docenten, de manier van examineren en de kwaliteit ervan, zijn heel weinig uitvallers. Volgens Meng is het verband heel sterk. Hij noemt het een wisselwerking. ‘Als de school meer van de leerlingen vraagt, gaan ze harder werken en hun opleiding leuk vinden.'

Oeps, misschien toch de verkeerde studie
Van onze verslaggever Gerard Reijn

Gepubliceerd op 16 oktober 2008 06:34, bijgewerkt op 16 oktober 2008 08:03

ROTTERDAM - De Hogeschool InHolland is begonnen met intakegesprekken voor nieuwe studenten. Minister Plasterk is enthousiast.

Tijdens het hele intakegesprek zit Rukiyes gezicht veilig ingeklemd tussen haar kleurige hoofddoek en de linkerhand waarmee ze haar kin stut en haar lippen bedekt. Maar op het moment dat haar docent en studiebegeleider Ellen Kramer haar op de man af vraagt: ‘Weet je wel zeker dat je op deze opleiding thuishoort?', schiet haar hoofd een eindje omhoog, haar wenkbrauwen nog iets verder en ze zegt: ‘Oeps.' Een paar seconden later volgt: ‘Kweenie.'

Rukiye is eerstejaars van de opleiding maatschappelijk werk en dienstverlening (MWD) van hogeschool InHolland in Rotterdam. Die krijgen allemaal een intakegesprek. Het gesprek met Rukiye is niet opmerkelijk, todat Kramer haar studiekeuze ter discussie stelt. Niet dat ze de jonge studente weg wil jagen; integendeel. Ze suggereert meteen een andere opleiding van dezelfde faculteit. ‘Pas je eigenlijk niet beter bij sociaal-pedagogische hulpverlening?' Rukiye moet nog maar eens flink nadenken over haar studiekeuze. ‘Nu kun je nog switchen.'

Kramer vraagt Rukiye waarom ze van alle opleidingen van de faculteit juist deze uitkoos. Rukiye: ‘Ik ben heel verlegen. En ik ben echt bang om iets te presenteren. Ik dacht: als ik MWD ga doen, werk ik later met individuele cliënten en hoef ik niet met groepen te werken. Dat is makkelijker.'

Studiebegeleider Kramer vindt dat te simpel gedacht. ‘Je moet altijd samenwerken. Ook in groepen, en ook met andere hulpverleners.' Rukiye, nogmaals: ‘Oeps.' Daarop sluit Kramer het onderwerp af met een dringend advies: ‘Kijk nog maar even goed op de website naar het verschil tussen die opleidingen.'
Het duurt niet lang meer voor alle studenten hun opleiding beginnen met een intakegesprek. InHolland is ermee begonnen. In maart lanceerde bestuursvoorzitter Geert Dales het idee; twee maanden later verklaarde onderwijsminister Plasterk al dat hij het een geweldig plan vond, en dat alle onderwijsinstellingen het zouden moeten doen.

Of het zo ver komt, moet nog blijken, maar InHolland laat er geen gras over groeien. Dit jaar werd op een aantal opleidingen een proef gehouden. De eerste intakegesprekken werden al in juni gevoerd. Dat is het ideale tijdstip, vindt projectleider Margo Pluijter. ‘Dan kunnen de studiebegeleiders de student nog doorverwijzen naar andere opleidingen.' Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de opleiding accountancy, in Den Haag. Eén student werd nadrukkelijk geadviseerd zijn studiekeuze te ‘heroverwegen'. Anderen kregen extra begeleiding aangeboden. Eén student, een vluchteling met een slechte taalbeheersing, werd nog vóór de zomer op een cursus Nederlands gemanoeuvreerd.

Maar Pluijter hoopt op nóg een effect van de intakegesprekken. Ze hoopt iets terug te krijgen wat bij de gigantische onderwijsinstellingen goeddeels is verdwenen: ‘Binding'. Dat studenten niet wezenloos en van hun anker geslagen rondlopen, maar een aantal docenten kennen. En omgekeerd. Uit onderzoek blijkt dat binding een grote rol speelt bij studiesucces.

Volgens Pluijter is al te merken dat de intakegesprekken werken. ‘Bij economie in Den Haag hebben de studiebegeleiders alle studenten die waren uitgenodigd voor een gesprek, ook opgebeld. Die studenten kwamen bijna allemaal. Bij andere opleidingen was de opkomst veel lager.'

Hoe vroeger de gesprekken plaatsvinden, hoe beter. Liefst zou Pluijter ze allemaal voor de zomer houden, maar dat zal niet gaan: veel studenten melden zich pas in de loop van de zomer aan. De eerstejaars op de School of Social Work zijn al met hun opleiding begonnen als ze komen voor het intakegesprek. Verwijzen naar heel andere studies is dan erg rigoureus. Een verschuiving binnen de faculteit, zoals Rukiye werd gesuggereerd, is het maximaal haalbare.

Maar zinvol lijken de gesprekken allemaal. Eén student leert zijn petje af te zetten tijdens een gesprek, en weet nu dat hij echt alle boeken op zijn lijst moet kopen, omdat die meteen nodig zijn. Een studente krijgt te horen dat de al gekochte boeken niet weer snel verkocht kunnen worden, maar dat ze die vier jaar lang nodig zal hebben. Weer een ander geeft toe vaak weinig geduld te hebben, en dat is natuurlijk lastig als je met ouderen wil werken. Maar ze weet ook al wat daaraan te doen: ‘Ik ga vrijwilligerswerk doen.'

En Rukiye, vond die het niet heel vervelend om te horen te krijgen dat een andere opleiding misschien beter bij haar past? Rukiye: ‘Nee, helemaal niet. Ik vind het juist erg goed dat ze me erop wezen. Ik ga die website nog eens goed bekijken, en misschien stap ik wel echt over.'

  Met de zoektocht naar je opleiding, bepaal je je toekomst. ervaringen kranten links

 

disclaimer

 

De Leerlinggids © copyright 2009

 

ontwerp en techninsche realisatie: AsBest te Ingen